Van nature reageren we spontaan op de gemoedstoestand van de mensen die ons omringen. We zijn zeer gevoelig voor stemmingen en worden er zeer sterk door beïnvloed.
Zo kunnen we een huiskamer binnengaan en de spanning aanvoelen van de ruzie die er zopas heeft plaatsgehad ook al doen de bewoners alsof er niets aan de hand is. We voelen het verdriet of de radeloosheid aan van mensen, al zeggen ze je dat alles goed met hen gaat.
Het is niet wat mensen zeggen dat je moet aannemen als waar, achter woorden verschuilen velen zich.
Achter de glimlach voel je vaak de pijn en de ontgoocheling.
De kunstmatige vreugde wordt als een schild gebruikt om de schijn hoog te houden dat alles goed met hen gaat. Het is alsof we bang zijn om afgestoten en uitgesloten te worden als het met ons slecht gaat. Bang om misbruikt te worden als we ons kwetsbaar en zwak voelen. Roofdieren zoeken immers de zwaksten op, denken we dan.