Ik wil eraf.
Ik herinner me dat ik als kind op een draaimolen zat met oudere jongens die veel te wild deden. Ik was bang en riep: “Stop, ik wil eraf!”
Nu heb ik dat gevoel soms nog altijd wanneer ik zie hoe de wereld om me heen draait. “Stop, ik wil eraf!”
Soms voel ik me als een volgevreten goudvis die rondjes draait in zijn kom en de echte wereld niet kan bereiken omdat hij ervan gescheiden wordt door het glas van de bokaal.
Ik voel me afgescheiden van de wereld waarnaar ik verlang. Een wereld waarvan ik weet dat ze bestaat. Een wereld van vrede en liefde. Een wereld zonder haat en geweld.
En ik weet dat mijn gedachten en mijn lichaam die scheiding veroorzaken. Ze houden mij weg van de liefde.
Toch zijn gedachten geen muren. Ik kan er gewoon doorheen. Ze zijn onzichtbaar aanwezig in mij. Ik kan ze tegenspreken, negeren, veranderen en op elk moment van mening veranderen. Niemand kan dat voor mij doen.
Als ik al mijn gedachten zou kunnen loslaten, zou ik als een vis gedachteloos de werkelijkheid in kunnen zwemmen.
Een vis kan niet zonder water. Hij wordt er volledig door omringd. Het water stroomt in en uit zijn lichaam. Hij leeft ervan.
Ook wij zijn omringd en vervuld van liefde net zoals de vis van water.
De enige werkelijkheid is liefde. Waarom zie ik dat niet altijd?
Liefde is het enige dat werkelijk bestaat. Wij leven ervan. Zonder liefde zou er geen leven zijn.
