Het tijdloze
Zolang we tijd als onze werkelijkheid beoordelen, zien we het tijdloze van de eeuwigheid als iets onwerkelijks. Eeuwigheid betekent niet dat tijd een begin kent en eindeloos blijft duren.
Eeuwigheid betekent dat er geen tijd is.
Alles gebeurt in één enkel moment, volledig, onveranderlijk en perfect.
Voor ons duale verstand is dat niet te vatten. En dat is precies waarom we het ook niet met ons verstand moeten proberen te begrijpen.
Tijdloosheid laat zich niet denken.
Via meditatie ervaren we soms dat we onze denkgeest even verlaten. We zijn kort gedachteloos, en daardoor ook tijdloos. Dat gebeurt ook in onze slaap, of wanneer we onder narcose zijn tijdens een operatie. Zodra het denken wegvalt, verdwijnt ook het besef van tijd.
Onze gehechtheid aan tijd scherpt ons geloof in begin en einde, in geboorte en dood. Ze voedt het idee van vergankelijkheid, van voortdurende verandering, van iets dat altijd onderweg is naar iets anders.
Het tijdloze laat zich niet meten en niet vastleggen. Het kan alleen ervaren worden, in momenten waarin alles even stilvalt.
In die stiltes gebeurt iets merkwaardigs. Er is geen gisteren dat trekt, geen morgen dat duwt. Er is alleen aanwezigheid. Niet leeg, maar vol. Niet afstandelijk, maar intiem. Het voelt niet alsof je ergens naartoe gaat. Het voelt alsof je eindelijk thuiskomt.
Thuiskomen in jezelf.
Thuiskomen in iets dat zoveel groter is dan het universum dat je je ooit had voorgesteld.
Thuiskomen in God.
Misschien is eeuwigheid niet onwerkelijk omdat ze buiten de tijd ligt, maar omdat wij zo diep in de tijd zijn gaan wonen dat we vergeten zijn hoe het is om eruit te stappen. Zodra tijd even zijn greep verliest, wordt duidelijk dat het tijdloze er altijd al was. Niet naast ons leven, maar erdoorheen. Stil. Geduldig. Wachtend tot we durven loslaten wat we voor werkelijkheid hielden.
