De treinreis
Onze ziel is in ons lichaam gestapt zoals een reiziger op een trein stapt. De trein rijdt door het landschap.
Maar wij zijn de trein niet.
Wij zijn het landschap waar de trein doorheen reist.
In de trein voelen we ons, net als alle andere passagiers, afgescheiden van het landschap. Alsof we er niet echt meer bij horen. Daarom zien we onze dood als een einde en onze geboorte als een begin. Daarom zijn we bang voor de dood, bang om uit de trein te stappen. En vaak ook bang voor het leven, omdat we geloven dat het tijdelijk is en ooit eindigt.
Herhaal vanaf nu elke dag voor jezelf:
‘Ik leef mijn leven niet, ik bén het leven.’
En het leven is het mooiste geschenk dat ik zomaar, uit liefde, gekregen heb.
Langzaam begin je jouw onsterfelijkheid te voelen. De angst voor de dood verdwijnt en maakt plaats voor levensvreugde.
Voor liefde.
