Al-tijd
Het woord “altijd” lijkt simpel, maar er zit iets onder. Je kan het lezen als iets dat blijft duren. Toch wijst het ook naar iets anders.
Er is maar één tijd die we echt kennen: het nu. Geen lange lijn, geen verleden of toekomst, maar één enkel moment. En vreemd genoeg voelt dat moment soms ruimer dan tijd zelf.
Als je daarin zakt, valt er iets stil. Je bent even niet bezig met wie je bent of waar je bent. Het wordt rustig. Open. Alsof je samenvalt met al wat er is.
In dat soort momenten krijgt “Al-tijd” een andere klank. Niet als iets dat blijft doorgaan, maar als iets waar je in hoort. Het Al dat gewoon is, zonder begin of einde.
En soms, heel even, voel je iets dat daar nog onder ligt. Alsof de grens van tijd wegvalt. Alsof ook het idee van einde minder hard wordt.
Het duurt niet lang. Dat hoeft ook niet. Eén helder moment kan al genoeg zijn om iets te zien dat anders verborgen blijft. Iets dat je niet kan vasthouden, maar dat toch voor altijd blijft nazinderen.
