Liefde geeft alles weg wat ze heeft.
De mens daarentegen tracht zo veel als mogelijk te behouden en geeft enkel met de bedoeling om daar zelf beter van te worden. Er schuilt steeds een berekening achter.
Omdat de mens zich mentaal gescheiden heeft van de liefde zal hij ook het tegendeel geloven en ervan uitgaan dat er steeds een tekort zal zijn waardoor hij begint te vergaren en te sparen.
De geestelijke scheiding met de liefde maakt dat we ze als onbetrouwbaar beoordelen en dat we de overtuiging bezitten dat als we niet voor onszelf zorgen we verdelgd worden.
De liefde breidt zich steeds uit door zichzelf weg te geven. Ze is een onuitputbare bron van eeuwige en oneindige liefde met als enige bedoeling haar vreugde te delen zodat we samen kunnen genieten van de schoonheid van het leven.