Er is zo‘n volksuitspraak die zegt dat wie niets doet, niets verkeerd kan doen en daarvan komen de haren op mijn arm rechtop te staan.
Toen me na een faillissement alles werd afgenomen en ik om hulp vroeg bij mijn ouders en mijn broers en zuster heeft niemand mij geholpen. Ik wist niet hoe ik de vijf kinderen eten moest geven en ik was bij mijn familie komen aankloppen om hulp.
Toen ik aan mijn broer vroeg hoe ik de kinderen naar school moest brengen nu ik geen auto meer had zei hij dat ik een taxi moest bellen.
Mijn ouders waren snel terug naar Italië gevlucht waar ze woonden en sloten zich zoals gewoonlijk af van alle problemen om daar van hun pensioen te kunnen genieten.